Uit de onlangs gehouden enquête onder jeugdwerkbetrokkenen, en gesprekken die partners van Jeugdwerk.info hadden, blijkt dat kerken moeite hebben om de relatie met jongeren te onderhouden. De lockdown heeft een grote invloed op iedereen, -ook op onze jongeren-, en alle activiteiten vanuit kerken. Als Jeugdwerk.info maken we ons zorgen over de betrokkenheid op jongeren en roepen kerken op hier aandacht voor te hebben.

Corona-impact
Vanaf maart 2020 staat onze wereld op zijn kop. Het coronavirus en de maatregelen om de verspreiding tegen te gaan hebben een enorme impact, ook op jeugdwerk activiteiten en het geloof van jongeren. Deze situatie vroeg om een aanpak waar kerken tot dat moment nog nooit over nagedacht hadden. Om de impact van de coronacrisis op het kerkelijk jeugdwerk te peilen hebben we een enquête in ons netwerk uitgezet. De respondenten waren onder te verdelen in professionals, ambtsdragers, vrijwilligers in het jeugdwerk en mensen zonder speciale rol.

Betrokkenheid op jongeren
In de inventarisatie in ons netwerk stelden we de vraag een cijfer te geven voor de betrokkenheid van de gemeente op jongeren. Het gemiddelde cijfer voor deze betrokkenheid is een 5.9, waarbij 41% de gemeente een onvoldoende geeft. Ook stelden we de vraag een cijfer te geven voor de eigen betrokkenheid op jongeren. Het gemiddelde cijfer hiervan is een 6.8, waarbij 23% zichzelf een onvoldoende geeft.
Het gemiddelde cijfer voor de eigen betrokkenheid ligt dus bijna een punt hoger dan de betrokkenheid van de gemeente. Opvallend is dat dit verschil bij de professionals groter is dan bij anderen. Namelijk: professionals geven de gemeente een 5.4 en zichzelf een 7.2; niet-professionals geven de gemeente een 6.1 en zichzelf een 6.6.

Positief
We zijn onder de indruk van al die vrijwilligers die, ondanks de moeilijke tijd, nieuwe wegen hebben gezocht (en gevonden) om in contact te blijven met de jeugd. Enkele reacties van respondenten zijn:

  • “Er wordt aan hen gedacht en voor hen gebeden. De wijkouderling toont oprechte belangstelling.”
  • “Fijn dat de predikant probeert tijdens de online-diensten ook aandacht voor de kinderen te hebben.”
  • “Door de relatie die we afgelopen jaren opgebouwd hebben bleef ons contact ook in deze tijd doorgaan.”
  • “Al het jeugdwerk gaat (online) door en nu ook weer in offline ontmoetingen.”
  • “De kinderen van de kindernevendienst maken wekelijks werkjes uit ‘Kind op zondag’. Deze werkjes worden uitgedeeld onder (vaak oudere) gemeenteleden.”
  • “We hebben de online Paas-challenge gedaan met 15 jongeren, erg leuk!”

We kunnen stellen dat er veel mooie initiatieven genomen zijn. Samenvattend, en opgesomd in de volgorde waarin deze het meest genoemd zijn, zijn dat:

  • De aandacht die er is voor de kinderen/jongeren (op allerlei manieren, veel genoemd wordt de aandacht in face-to-face contact met bijvoorbeeld een cadeautje);
  • Het feit dat veel activiteiten digitaal worden voortgezet;
  • De participatie van kinderen en jongeren (bijv. doordat knutselwerkjes van de kindernevendienst worden uitgedeeld bij ouderen, het maken van filmpjes).

We zijn blij verrast met de vele initiatieven die in sommige kerken de afgelopen maanden ontplooid zijn in het zien en kennen van de jongeren. De vraag is nu hoe kerken dit gaan vasthouden als ze langzaam weer naar het gewone kerkleven terugkeren. Blijven kinderen en jongeren een vaste plek
in de erediensten houden of keren we terug naar de ‘oude liturgie’? Dezelfde vraag is te stellen met betrekking tot het gebruik van multimedia in de diensten.

Keerzijde
We zagen ook een andere reactie naast de grote creativiteit en daadkracht met nieuwe (online) werkvormen: een meer apathische houding waarbij alles gestopt werd en ontmoetingen wegvielen. Nadruk werd gelegd op het zo snel mogelijk organiseren van onlinediensten, waar veel energie en
tijd in ging zitten. Hieronder een greep uit de reacties van de respondenten op de vraag wat beter kan:

  • “Er wordt nog altijd te veel contact gelegd met jongeren vanuit een programma of een drang om ze iets te vertellen, daardoor ontstaat geen relatie die ook tegen een stootje kan; laat staan een lockdown.”
  • “Het is maar een beperkt groepje jongeren dat bereikt wordt met alleen maar zenden. Er wordt niet gezocht naar interactie. Terwijl dat denk ik wel nodig is.”
  • ”De kerkgemeente mag zich meer laten zien. Het contact tot nu toe was op initiatief van de jeugdleiding.”
  • “De diensten op zondag zijn absoluut niet motiverend en inspirerend voor jongeren.”
  • “Jeugdleiders in onze gemeente voelen zich niet capabel/onthand in deze coronatijd.”
  • “Ik hoor frustratie en angst om de jongeren te verliezen, en ook een gevoel van tekortschieten omdat ‘online’ te veel energie kost van jeugdleiders”.
  • “Jongeren zijn niet bereikbaar of haken af.”

Samenvattend kunnen we stellen dat er in het algemeen geen of weinig betrokkenheid van kinderen/jongeren is bij verschillende online-activiteiten. Dit betreft zowel de vieringen omdat er bijvoorbeeld minder aandacht voor hen is, als de activiteiten die speciaal voor hen georganiseerd zijn. Verder zien we een verlangen naar de ‘oude’ situatie waarbij alles voortgezet kan worden zoals het was voor de coronacrisis. Ook spreekt uit de reacties een verlangen naar meer relatiegericht werken. Dit komt terug in negatieve reacties zoals dat er te veel nadruk is op het programma, dat men jongeren kwijtraakt, etc. De vraag naar nieuwe, andere, betere programma’s ondersteunt ons standpunt dat het relatiegericht werken momenteel in een aantal gemeentes onder de maat is. Onze indruk is dat waar het relatiegericht werken al onder de maat was, dit nu pijnlijk aan het licht komt. We moeten helaas concluderen dat de huidige situatie met name zijn weerslag heeft (gehad) op de relatie en betrokkenheid van kerken op hun jeugd. Waar de huidige crisis in een deel van de kerken leidt tot creativiteit, zien we ook gemeenten waar dat niet zo is, óf dat creativiteit straks niet vast kan worden gehouden. Daarnaast zien we dat veel jeugdleiding (maar ook kerkleiding) in vaste patronen denkt. Een deel weet niet wat nu te doen en wacht af. Voor de start van het nieuwe jeugdwerk seizoen moet er dus goed nagedacht worden over het opbouwen of herstellen van de relaties met jongeren.

Opstart
Omdat vanaf 1 juli de maatregelen voor ontmoeting verruimd zijn zien we dat er veel geïnvesteerd wordt in protocollen en regelzaken om weer diensten en vieringen te organiseren. Heel terecht maar we missen de aandacht voor kinderen, tieners en jongeren en een visie op welke manier het jeugdwerk wordt opgepakt. Hoe worden de relaties met kinderen en jongeren, na zoveel maanden van geen tot nauwelijks contact, weer aangehaald? Waar staan de jongeren in hun denken en vragen over de coronacrisis en hun geloof? Op welke manier ontstaat er weer verbondenheid met de lokale gemeente die de
afgelopen tijd ingewisseld is door online vieringen? Maar ook de vraag op welke manier ouders voldoende vertrouwen in de veiligheid krijgen om hun kinderen te stimuleren voor het jeugdwerk. Het omzien naar de jeugd is een taak van de hele gemeente. Daarnaast is het ook belangrijk jongeren
te laten participeren, betrekken en generaties aan elkaar te verbinden. Dit is een taak die inzicht en visie vraagt. Daarom roepen wij als Jeugdwerk.info kerken op om in de aanloop naar een nieuw seizoen hier goed over na te denken. Vanzelfsprekend zijn wij beschikbaar, om waar nodig, te ondersteunen met onze expertise en het delen van ‘good practices’.

Gouda – Uit de onlangs gehouden enquête onder jeugdwerk betrokkenen, en gesprekken die partners van Jeugdwerk.info hadden, blijkt dat kerken moeite hebben om de relatie met jongeren te onderhouden. De lock-down heeft een enorme impact op iedereen en ook op onze jongeren en alle activiteiten vanuit kerken. Als jeugdwerk.info maken we ons zorgen over de betrokkenheid op jongeren en roepen kerken op hier aandacht voor te hebben.

Corona-impact

Vanaf maart 2020 staat onze wereld op zijn kop. Het corona-virus en de maatregelen om de verspreiding tegen te gaan hebben een enorme impact, ook op jeugdwerk activiteiten en het geloof van jongeren. Deze situatie vroeg om een aanpak waar kerken tot dat moment nog nooit over nagedacht hadden. Als jeugdwerk.info zagen we twee reacties, enerzijds een grote creativiteit en daadkracht met nieuwe (online) werkvormen. We zijn echt onder de indruk van al die vrijwilligers die, ondanks de moeilijke tijd, nieuwe wegen hebben gezocht om in contact te blijven met de jeugd. Anderzijds zagen we ook een meer apathische houding waarbij alles gestopt werd en ontmoetingen wegvielen. Uit de inventarisatie die we gehouden hebben moeten we helaas concluderen dat dit met name zijn weerslag heeft gehad op de relatie en betrokkenheid van kerken op hun jeugd. Voor de start van het nieuwe jeugdwerk seizoen moet er dus goed nagedacht worden over het opbouwen of herstellen van de relaties met jongeren. 

Opstart

Omdat vanaf 1 juli de maatregelen voor ontmoeting verruimd zijn zie je dat er veel geïnvesteerd wordt in protocollen en regelzaken om weer diensten en vieringen te organiseren. Heel terecht maar we missen de aandacht voor kinderen, tieners en jongeren en een visie op welke manier het jeugdwerk wordt opgepakt.  Hoe worden de relaties met kinderen en jongeren, na zoveel maanden van geen tot nauwelijks contact, weer aangehaald? Waar staan de jongeren in hun denken en vragen over de coronacrisis en hun geloof? Op welke manier ontstaat er weer verbondenheid met de lokale gemeente die de afgelopen tijd ingewisseld is door online vieringen? Maar ook de vraag op welke manier ouders voldoende vertrouwen kunnen krijgen om hun kinderen te stimuleren voor het jeugdwerk gelet op de veiligheid. Als Jeugdwerk.info willen we kerken in de aanloop naar een nieuw seizoen daarom oproepen  hier goed over na te denken. Vanzelfsprekend zijn we beschikbaar, om waar nodig, te ondersteunen met onze expertise en het delen van ‘good practices’.

Afscheid 

Als Jeugdwerk.info gaan we een uitdagende tijd tegemoet omdat Wout Schonewille als initiatiefnemer afscheid zal nemen. Namens alle partners wil Martin de Groot hem hartelijk danken; ‘Wout is in 2016 gestart met Jeugdwerk.info vanuit een duidelijke visie en heeft de afgelopen tijd veel betekend in het uitbouwen van ons netwerk van zelfstandige experts. In dat opzicht zijn we Wout veel dank verschuldigd en zal het een groot gemis zijn om de komende tijd zonder hem verder te gaan’. Gelukkig is er binnen Jeugdwerk.info, onder de deelnemende partners veel kennis, ervaring en expertise aanwezig om de toekomst van Jeugdwerk.info met vertrouwen tegemoet te zien. 

Dat laatste wordt nadrukkelijk bevestigd door Wout; ‘de afgelopen tijd heb ik gemerkt dat Jeugdwerk.info staat als een stevig netwerk en uitgegroeid is tot een betekenisvolle organisatie in het kerkelijk jeugdwerk. Daarom kan ik ook met een gerust hart afscheid nemen en weer tijd vrijmaken voor nieuwe initiatieven. Natuurlijk zal ik het enorm missen omdat mijn hart nog steeds klopt voor God en voor jongeren en ik genoten heb van de samenwerking met collega’s.’ De komende maanden zal het bestuur nadenken over de invulling van het coördinatorschap,  tot die tijd is Martin de Groot als voorzitter aanspreekpunt.

Gouden ingrediënten in het jeugdwerk

In januari nam ik afscheid van de PKN Zwammerdam waar ik de afgelopen drie jaar het jeugdwerk een impuls heb mogen geven. Tijd om terug te blikken en de gouden ingrediënten of misschien wel het geheim van goed jeugdwerk in de kerk te delen. Ik neem je mee langs hoe om te gaan met vacatures in de kerk, relaties te bouwen in het jeugdwerk en participatie door jongeren.


Omgaan met vacatures

In veel gemeenten zijn er vacatures. Wanneer er vacatures zijn in het jeugdwerk (en breder in de gemeente) wordt er vaak gekeken naar degenen die trouw elke week in de kerk zitten,  naar mensen die al diverse taken op zich hebben genomen, naar mensen die geen “nee” kunnen zeggen of een groot verantwoordelijkheidsgevoel kennen. “Mensen moeten vooral bekwaam zijn”, wordt gedacht, want dat is wel zo handig, dan draait de activiteit weer snel verder en kan de (jeugd)ouderling zich weer met andere zaken bezighouden. Herkenbaar? Ik kom het in veel kerken tegen: mensen die zichtbaar zijn in de gemeente omdat ze een zichtbare taak hebben worden vaak gevraagd om in te springen bij vacatures. Het is fijn dat als een vacature snel is ingevuld, maar als we naar de langere termijn kijken maakt het de gemeente kwetsbaar en wel om de volgende redenen:

  • Waar een paar mensen veel werk verzetten is het risico op overbelasting aanwezig;
  • Het principe van vele handen maken licht werk vervalt;
  • Bij overbelasting valt er een gat op meerdere fronten;
  • We ontnemen mensen die niet zo zichtbaar zijn de kans om hun talenten te ontplooien;
  • De kans is aanwezig dat de jeugdwerk de veelkleurigheid van de gemeente niet meer representeert;
  • De kans bestaat dat er koninkrijkjes ontstaan;
  • We stimuleren consumptiegedrag (het wordt wel geregeld);
  • We onthouden jongeren het ontwikkelen van hun talenten en dragen bij aan een generatiekloof in het jeugdwerk.

Daarbij kunnen we ons afvragen hoe aantrekkelijk het jeugdwerk wordt voor de jeugd zelf en ten tweede: hoe borgen we de overdracht naar de volgende generatie? Hoe leiden we de nieuwe leiders op?
Daarom adviseer ik om steeds weer te kijken wie we kunnen inzetten en betrekken bij het jeugdwerk. Zorg steeds voor nieuwe aanwas in commissies door jaarlijks of tweejaarlijks weer nieuwe jongeren in te zetten. Dat geeft anderen die al wat langer meedraaien gelegenheid om door te stromen, zodat ook die leiders zich verder kunnen ontplooien en doorschuiven in de gemeente. En soms moet je gewoon een vacature creëren om een jongere aan boord te houden.


Relaties bouwen

Relaties bouwen in het jeugdwerk staat met stip op nummer 1 in het jeugdwerk. Zonder binding met leiders die echt oog en oor hebben voor de kinderen en jongeren is het jeugdwerk erg kwetsbaar. Wanneer kinderen de tienerleeftijd bereiken worden relaties met jeugdleiders steeds belangrijker. Thuis wordt er immers afgezet tegen de ouders – wat volstrekt normaal is in die leeftijdsfase -, hoe mooi is het dan als de jongere een goede band heeft met een jeugdleider! Kinderen voelen haarfijn aan of ze er echt mogen zijn en er interesse in ze is, daarom is het van belang om als leider de volgende punten in te bedden in het jeugdwerk:

  • Toon oprechte interesse;
  • Doe dingen samen: bijvoorbeeld samen pizza’s bakken en daarna eten voordat je activiteit begint: samen eten verbindt!
  • Zorg dat je op tijd aanwezig bent en alles voor je activiteit hebt klaargezet zodat wanneer de kinderen komen je er echt voor ze bent;
  • Vraag hoe het gaat met ze;
  • Deel wat van je eigen leven: openheid geeft openheid, maar bedenk vooraf goed wat je wel en niet wilt delen en of het bij de leeftijd past;
  • Wees beschikbaar. Ga na je activiteit niet meteen opruimen, maar heb oog voor degene die nog even blijft hangen;
  • Spreek de kinderen ook buiten de activiteit, bijvoorbeeld als je boodschappen gaat doen en een tiener aan het vakkenvullen is bij de supermarkt of wanneer je ze op straat of ergens anders tegenkomt.
  • Wees in alles jezelf. Je bent niet meteen hip als je ‘slang’ gebruikt of hippe woorden. Je hoeft ook niet hip te zijn: als je maar authentiek bent: echt, puur en leeft met God. Daar hebben jongeren een goed voorbeeld aan. Als leider ben je een identificatiefiguur. Wat je doet is belangrijker dan wat je zegt;
  • Neem de tijd om een goede band op te bouwen. Dat kost gemiddeld zo’n twee tot drie jaar. Vraag daarom aan mensen in het jeugdwerk lange termijn commitment.
  • Geniet van de jeugd die je is toevertrouwd! Ze merken het als je er van geniet en van ze houdt.

Dit zijn geen eenmalige acties. Relationeel bezig zijn moet steeds weer op de agenda gezet worden. Zo houden we elkaar in het jeugdwerk scherp.


Participatie door jongeren

Het wordt al jaren geroepen in opleidingen en trainingen, door jongerenorganisaties van de landelijke kerken en door professionals: laat de jongeren zelf meedraaien in het jeugdwerk. De praktijk blijkt weerbarstig: als een soort automatisme wordt er in de vijver gevist van “bekenden” in de kerk (wat ik hierboven ook al schreef). Het is zaak om steeds weer te kijken welke jongeren we kunnen inzetten in de gemeente. Wanneer we dat doen en de jongeren daadwerkelijk inzetten gebeurt er iets moois. Jongeren worden zichtbaarder en raken betrokken!
Daar zitten wel wat mitsen en maren aan: jongeren zijn niet te porren voor klusjes in de kerk: helpen collecteren, flyers uitdelen, enz. Dat willen ze wellicht best een keer doen, maar als het daarbij blijft haken ze af. Geef jongeren verantwoordelijkheid en vrijheid: daar leren en groeien ze van! Enkele voorbeelden:

  • Laat de jongeren zelf het jeugdhonk opknappen en inrichten, daar zijn ze vindingrijk en creatief genoeg voor. Wel zul je het moeten begeleiden, laat ze maar leren met en van elkaar;
  • Zet tieners in om bij Sirkelslag Kids te helpen met spellen begeleiden, te jureren of de techniek te bedienen;
  • Zet jongeren in bij Kliederkerk;
  • Zet jongeren in bij de kinderclubs. Twee meiden van 16 jaar kunnen prima een club leiden voor meisjes van groep 7 en 8;
  • Laat jongeren zelf een Nacht zonder dak organiseren en zet ook ouderen in. Hierdoor breng je meteen generaties met elkaar in verbinding;
  • Laat jongeren zelf een kerkdienst organiseren;
  • Enz. enz.

Bij participatie is het niet zo dat je alles afschuift naar de jongeren, je zult als leider mee moeten lopen, ze aanmoedigen, begeleiden, bijspringen, en sturen. Dat versterkt meteen de band. Het grote voordeel van participatie is dat jongeren makkelijker andere jongeren uitnodigen op “hun” activiteit. Daarnaast leren ze ervan en raken ze betrokken in de gemeenschap. Dat is wat bindt en dan zijn we weer bij relaties. Het is als jeugdleider een extra uitdaging om jongeren te coachen en te begeleiden. Bedenk dat je zelf hierdoor ook verder groeit.

Samenvattend
Vacatures zullen er altijd zijn in de kerkelijke gemeente. Dat biedt kansen! Relatie en participatie gaan hand in hand. Ga de uitdaging aan met je teams in het jeugdwerk. Bouw aan relaties, laat jongeren participeren en wees authentiek als leider. Zet het steeds weer op de agenda van je jeugdwerkersoverleg zodat het inslijt in je jeugdwerk.

Voor professionele ondersteuning en begeleiding kun je een beroep doen op de professionals van Jeugdwerk.info.





Over Jan-Peter Molenaar:

Ik ben is sinds 2005 werkzaam in het jeugdwerk. In 2014 heb ik de Jongerenwerkersopleiding met goed resultaat afgerond. Wat ooit begon als vrijwilligerswerk in mijn eigen gemeente is nu uitgegroeid tot een parttime baan als zelfstandig professional. Inmiddels heb ik in tal van gemeenten het jeugdwerk begeleid op zowel eerstelijns als tweedelijns niveau. Daarnaast verzorg ik jeugdwerk gerelateerde trainingen voor de PKN Academie en ben ik partner van jeugdwerk.info.

In onze huidige samenleven zie je veel mensen zich druk maken over alles en nog wat: over je gezondheid, of anderen je aardig vinden, over de manier waarop je leidinggevende dingen regelt, over zinloos geweld, over problemen in het onderwijs. Ook binnen de kerk of misschien wel in je eigen gemeente kun je je zomaar druk maken over veranderingen of vernieuwingen die maar niet worden opgepakt of die in een veel te traag tempo vorm krijgen.

‘Alleen en zonder collega’s is het soms echt taai’ is de reactie van veel jeugdwerkers die in dienst zijn van een lokale kerk. Jeugdwerkers werken vaak op eenzame plekken zonder team en een organisatie achter zich. Daarom heeft de Protestantse kerk in Nederland een overeenkomst gesloten met Jeugdwerk.info voor de werkbegeleiding van lokale jeugdwerkers.

Heeft u wel eens op straat aan een willekeurige voorbijganger gevraagd of die weet wat de diakonie doet? Meestal is het antwoord een wedervraag: Wat is de diakonie? (of parochiële caritas voor katholieken)

Stel je deze vraag aan kerkgangers dan weten ze meestal wel dat het om armoede hulp gaat en het collecteren voor goede doelen. Maar wat er precies gedaan wordt is vaak niet bekend, oh ja iets met de voedselbank?!

Vraag je dit aan jongeren… dan is het een heel vaag woord. Zelfs kerkelijke jeugd heeft meestal geen idee wat de diakonie, buiten de collectes in de kerk, nog meer doet. Onbekend maakt onbemind?

De diakonie van Monnickendam liep hier tegenaan. Ze voelde aan dat een avondje spreken over diakonie in het jeugdhonk niet zoveel zou veranderen. Misschien was het een idee om de jeugd te laten meedoen aan een project om wat meer betrokkenheid te creëren? Maar hoe kreeg je ze daar weer enthousiast voor? Misschien wist JOP (Jong Protestant) raad en zo is het gekomen dat de diakonie van Monnickendam met mij, zelfstandig jeugdwerkadviseur, in contact kwam.

Er werden twee doelen vastgesteld: Ten eerst meer bekendheid voor wat de diakonie is en doet, zowel binnen als buiten de kerk. Ten tweede, jongeren kennis laten maken met welke hulpvragen er leven binnen hun eigen (burgerlijke) gemeente. Deze twee doelen werkte we uit in een uitdagend project:

Fix you 2018

Fix You 2018 is een wedstrijd om een hulpproject te bedenken voor hulpbehoevende in je eigen omgeving, uitgeschreven door de diakonie (PKN) en de Parochiële Caritas instelling (Katholieke kerk) van Monnickendam (zie flyers). Er schreven zich 4 teams in van in totaal 11 jongeren.

De jury en aanwezige gasten waren diep onder de indruk van de kwaliteit van de plannen en de kennis die was opgebouwd. Waarom was Fix You 2018 een groot succes? Omdat het een uitdagend plan was, waarbij samenwerking niet werd geschuwd en de communicatie en PR anders werden aangepakt dan gebruikelijk.

Uitdagend

Fix You was uitdagend voor jonge mensen omdat het niet te makkelijk was om te doen en ook niet te moeilijk. Hierbij was het raadplegen van twee jeugd in de voorbereidende fase heel belangrijk, aan hen kun je merken hoe interessant en uitdagend een opdracht of idee is.

Het was ook uitdagend voor jonge mensen omdat de kaders voor de wedstrijd hen vrijheid gaven en uitgingen van de eigen krachten en mogelijkheden van de jeugd, met andere woorden: ze mochten zichzelf zijn. Jonge mensen denken vaak in andere wegen dan oudere generaties, dat is niet beter of slechter maar anders en kan heel verfrissend zijn. De begeleiding was coachend opgesteld en altijd bereikbaar indien nodig. Er was dus ook wat te halen voor de deelnemers: een nieuwe leer-ervaring. Een prijs voor de winnende groep kietelde hun intrinsieke motivatie nog meer, maar nog belangrijker was de prijs en ondersteuning die ze konden winnen om hun plan uit te voeren: nl. anderen helpen. Deze was substantieel en zou een verschil kunnen maken, wat hun opdracht een serieus en verantwoordelijk aanzien gaf.

Samenwerken met anderen

De diaconie van Monnickendam zocht meteen contact met de Parochiële Caritas van Monnickendam, zij streven immers hetzelfde doel na en ook zij willen graag jongeren interesseren voor hun werk. Hiermee vergroot je het speelveld en dus ook je bekendheid. Vrijwilligers werden betrokken op grond van hun kennis en/of ervaring voor onderdelen van de wedstrijd. Er werden hiervoor ook contacten gelegd buiten de kerk, zoals bijvoorbeeld een wethouder, de jeugdwerker van de burgerlijke gemeente en de burgemeester. Zij werden oa. geraadpleegd over hun werk, genodigd om te jureren en de prijs uit te reiken. De brede betrokkenheid, bijvoorbeeld de burgemeester die jureert en de prijs uitreikt, geeft een air van relevantie aan je project voor hen die de diaconie (caritas) niet kennen en die de kerk niet kennen.

Meer en andere communicatie dan gebruikelijk

De wedstrijd was veel in zicht. Het had een herkenbaar logo en tune, een bekend nummer van de band Coldplay. Dit materiaal kon worden afgespeeld op een beamer en afgedrukt als kleurrijke folders. Door voortgang zichtbaar en hoorbaar te delen met de kerkelijke gemeente door middel van beamerpresentaties (met geluid), uitgedeelde nieuwsbrieven en resultaten op te hangen in de kerkzaal, werd de kerkelijke gemeente kansen geboden om zich betrokken te gaan voelen met dit project. Iedere keer wanneer men het lied Fix You hoort, wat vooral buiten de kerk wordt afgespeeld, denkt men ook aan Fix You Monnickendam. Bovendien werd de jeugd steeds visueel in beeld gebracht tijdens vieringen door hun voortgang bekend te maken met foto’s en resultaten. De gemeente werd uitgenodigd betrokken de zijn door te komen stemmen op de projecten in de eindfase. Deze mogelijkheid tot interactie vergroot de motivatie om betrokken te raken.

De communicatiemiddelen naar buiten toe werden uitvoerig benut. Het logo verscheen meerdere malen in de plaatselijke krant met aankondiging, voortgang en resultaat van de wedstrijd. Dat werd ook weer op facebook gedeeld.

Doordat de diakonie en parochiële caritas open stonden voor een andere benadering dan ze tot u toe gewend waren en de hulp inriepen van een jeugdwerkadviseur werd Fix You Monnickendam een succes. En ja, meer bekend maakt meer bemind over het algemeen.

Benieuwd welk hulpproject gewonnen heeft in Monnickendam?

Wilt u ook een Fix You wedstrijd organiseren in uw gemeente? Vraag vrijblijvend naar de mogelijkheden.

Begin maart verscheen een nieuw boek van Kara Powell en Steven Argue, beiden betrokken bij het Fuller Youth Institute in de Verenigde Staten. Dit instituut houdt zich bezig met jongeren en de kerk, vanuit de visie: “We geloven in jonge mensen. We geloven in de kerk.” Powell en Argue doen de uitspraak dat de grootste belemmering voor het geloof van onze kinderen geen twijfels zijn, maar de stilte.

Aanleren van geloofstaal

Uit onderzoek is gebleken dat veel jonge mensen hun twijfels en geloofsvragen niet delen met vrienden of volwassenen. Hoewel dit een Amerikaans onderzoek is geweest, herken ik dit in de praktijk van het Nederlandse jeugdwerk. Volgens Powell en Argue ontstaat hiermee het probleem dat jongeren niet leren om te spreken over hun geloof. Het ontbreekt hen aan taal om hun geloofsovertuigingen expliciet te maken en dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Om geloof te kunnen verinnerlijken móet er over gesproken worden. Net als het blijvend kunnen spreken van een andere taal, is het niet genoeg om zo’n taal alleen maar aan te leren. Er is blijvende oefening nodig in het spreken van die taal. Het zijn de ouders, jeugdleiders en andere gelovige volwassenen die om de jongeren heen staan die hen daarin voor kunnen gaan en kunnen aanmoedigen om zich te uiten in deze geloofstaal.

Ruimte voor een gesprek over twijfels

Het gesprek hierover gaat vaak niet vanzelf en kan zelfs ongemakkelijk aanvoelen. Maar als we willen dat onze jongeren deze taal leren spreken, moeten we als volwassenen dat risico maar nemen. Powell en Argue noemen een paar open voorbeeldvragen die je kunt stellen: “Noem eens iets wat jij niet gelooft, waarvan je denkt dat ik het wel geloof. Of andersom: Noem eens iets wat jij gelooft, waarvan je niet denkt dat ik het geloof. Of: Wanneer voel jij jezelf het dichtst bij God?”

Op die manier kunnen we hen ook aanmoedigen om hun twijfels uit te spreken en hier waarderend op te reageren. Het is moedig om vragen te stellen, om aan te wijzen waar het wringt.

Andersom kunnen wij ook helpen om te kijken wat er vanuit geloof te zeggen is op vragen in bijv. economie, politiek en wetenschap. Niet met een simpel antwoord (‘zo zit het’) of als kritiekloze acceptatie (‘je zult wel gelijk hebben’), maar als serieuze gesprekspartner. Daarbij mogen jongeren best wat tegengas krijgen en uitgedaagd worden ook te benoemen wat ze wel waarderen.

Eigen geloofsverhaal vertellen

Daarbij kunnen we onze eigen geloofsverhalen niet vaak genoeg vertellen. Dat hoeft niet perfect. En liever niet eenmalig. Jongeren hebben een startpunt nodig voor hun eigen geloofsreis en het helpt daarbij als wij onze eigen ervaringen vertellen. Over hoe we God hebben ervaren in ons dagelijks leven, over hoe Gods genade ons droeg. Het liefst heel concreet, zoals ik een jeugdleider pas geleden hoorde doen: dat hij soms bang is, niet weet welke keuzes hij moest maken bijvoorbeeld toen hij op zichzelf ging wonen en hoe de Heilige Geest daar toch bij was.

Het is een feit dat het bij de geloofsopvoeding niet altijd goed zal gaan. We worden ook niet gevraagd om perfecte gelovigen te zijn. Maar laten we wel de eerste stap zetten om de stilte van de geloofstaal te doorbreken. Daarbij mogen we erop vertrouwen dat als wij graag willen dat onze jongeren in God geloven, God in elk geval altijd in hen zal geloven. En in ons.

Dit artikel is gebaseerd op ‘The Biggest Hindrance to Your Kids’ Faith Isn’t Doubt. It’s Silence’ (K. Powell en S. Argue), naar aanleiding van hun boek ‘Growing With: Every Parent’s Guide to Helping Teenagers and Young Adults Thrive in Their Faith, Family, and Future’. Dit boek verscheen in maart 2019 bij Baker Books.

Al meer dan 15 jaar ben ik jeugdwerker en heb ik gewerkt met verschillende groepen, van baby’s tot studenten. Hierbij was ik actief in buurthuizen, op straat en in verschillende kerken en gemeenten met diverse achtergronden. Ik vind het ontzettend leuk om voor tieners en met tieners te werken. Om tieners te zien groeien in hun leven en geloof. Mijn drive is om echt verschil te kunnen maken in hun leven en hen te laten zien wat het betekend om christen te zijn in het dagelijks leven. Met alle hobbels en bobbels die daarbij komen kijken. De laatste jaren ben ik vooral betrokken bij kerken die behoefte hebben aan advies, training en aanmoediging. Maar vooral merk ik behoefte aan procesbegeleiding en ondersteuning van het team dat het jeugdwerk draaiende houd. Ik omschrijf dit meestal in het beeld van een ‘trein’.

In de jaren dat ik werk als jeugdwerker merk ik dat je elke keer in een soort ‘trein’ stapt die gemeente heet. Het is een tijdelijke reis waarbij je een korte periode aanhaakt bij een gemeente en het jeugdwerk die zelf al een langere tijd onderweg is.

En zo stap ik in de trein en kom in verschillende coupés te zitten. De coupés kun je vergelijken met de verschillende ‘lagen’ van het jeugdwerk. Soms is het de coupé van het beleid met jeugdraad en oudsten of ambtsdragers. Soms is het de coupé van kinderen, tieners of jongeren waar activiteiten worden georganiseerd of waar deze doelgroepen zich thuis voelen. En als ik dan ga zitten in zo’n coupé ben ik even medereiziger. Ik kijk, luister en meng me soms in het gesprek. Ik geef suggesties over de inrichting, help soms met wat schoonmaken of breng wat extra versiering aan. Ik denk mee met de mensen die verantwoordelijk zijn voor de coupé en bemoedig waar ik kan. Allemaal met het doel om de passagiers, de tieners of de opvoeders, een plezierige en leerzame reis te geven. En na een tijdje zit mijn reis er weer op en stap ik uit bij het volgende station. Dan hoop ik dat de trein er weer een beetje mooier uitziet, dat de trein wat soepeler rijdt zodat de reizigers ook in de toekomst blijven reizen en op nieuwe bestemmingen aankomen.

Uiteindelijk gaat het niet om de trein, dit is een middel die het ‘samen reizen’ mogelijk maakt. Zo zijn we als gemeente van Christus onderweg naar Zijn grote toekomst en bij deze reis willen we als jeugdwerk.info graag ondersteunen. We zijn maar tijdelijke passagiers en stappen voor een korte periode in omdat we geloven dat de reizigers onderling relaties aan moeten gaan. Maar juist om dat te faciliteren willen wij het team van mensen die hart en enthou-siasme hebben voor jongeren graag helpen en bemoedigen. En daarom wil ik als professional, als jeugdwerker, net als mijn collega’s even opstappen en meereizen.

Gouda – We zijn een stichting! Dat heeft het netwerk van Jeugdwerk.info gevierd aan het begin van 2019. Nadat er de afgelopen twee jaar stevig geïnvesteerd is in het christelijk jeugdwerk was het tijd voor een volgende stap: het oprichten van een stichting.

Stichting

Het Innovatieve Netwerk voor Freelancers en Onderzoek in christelijk jeugdwerk is gestart in 2017. Nadat het netwerk, van zelfstandige jeugdwerk professionals, twee jaar lang heeft samengewerkt in het jeugdwerk was het tijd voor een nieuwe fase. Met de Stichting Jeugdwerk.info is er een betere positie gevonden en laten we ook zien dat het initiatief duurzaam is. De huidige kartrekkers van Jeugdwerk.info vormen het bestuur, aangevuld met twee externen. Martin de Groot, Gert Schouten en Ramona van den Hoed zullen het netwerk vertegenwoordigen in het bestuur. Joanneke Vreeken is als penningmeester toegetreden en daarnaast zijn we nog op zoek naar een externe voorzitter.

Aanleiding

Het initiatief voor Jeugdwerk.info in januari 2017 is genomen door Wout Schonewille;  ‘gemeenten hadden behoefte aan een meer flexibele inzet van jeugdwerk professionals en tegelijk  wilden we als jeugdwerkers samen werken en elkaar scherp houden.’

Naast al het goede wat er al gebeurd door landelijke jeugdorganisaties en lokale jeugdwerkers biedt Jeugdwerk.info ‘a Boost’ door Advies, Begeleiding, Ontwikkeling, Onderzoek, Spreken en Trainen.

Activiteiten

De afgelopen twee jaar hebben zo’n 18 jeugdwerkers deel uitgemaakt van Jeugdwerk.info en elkaar ontmoet, bemoedigd en samen opdrachten uitgevoerd. Naast de ondersteuning van gemeenten uit verschillende christelijke stromingen worden er ook lokale jeugdwerkers begeleid door partners van Jeugdwerk.info. Daarnaast zijn er ook voor diverse landelijke jeugdorganisaties opdrachten uitgevoerd waardoor we een flexibele schil kunnen bieden met specifieke ervaring en kennis voor organisaties.

Plannen

Het komende jaar willen we onze activiteiten meer onder de aandacht brengen van kerken en gemeenten en waar mogelijk ook concepten ontwikkelen die een impuls geven aan kwalitatief goed jeugdwerk. Daarnaast willen we graag participeren in initiatieven voor professionalisering van jeugdwerkers. Als coördinator zal Wout Schonewille verantwoordelijk blijven voor de dagelijkse leiding van Jeugdwerk.info. ‘We blijven dienstbaar aan het christelijk jeugdwerk omdat ons hart klopt voor God en voor jongeren’.

 

Met deze vraag werden we aan het denken gezet door Chris Curtis, de directeur van Youthscape, tijdens de European Youth Ministry Network. Een terechte vraag aan de aanwezige jeugdwerkers uit diverse Europese landen. Hoe zit dat eigenlijk in Nederland? Gelukkig wordt er best wat onderzoek gedaan in Nederland, vaak door studenten. Het OJKC komt regelmatig met boeiende onderzoeken. Er is zelfs een Research & React dag waarin je wordt bijgepraat over de actuele onderzoeken. Toch werd ik opnieuw getriggerd door deze vraag. Want de aanleiding voor de meeste onderzoeken is het afronden van een studie of promotie en gebaseerd op eigen affiniteit. En zover ik weet zijn er niet echt longitudinale onderzoeken. Er is geen onderzoekscentrum die denominatie overstijgend iets kan zeggen over christelijk jeugdwerk. Daarnaast missen we ook vaak de vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek naar de concrete praktijk in gemeenten. Om een idee te geven deel ik graag wat onderzoeken die gepresenteerd werden tijdens de conferentie van EYMN:

GenZ: Rethinking Culture

Dit onderzoek naar Generatie Z is uitgevoerd in november en december van 2016 onder 11 -18 jarige jongeren uit Engeland. Laura Hancock, research director, van YFC Engeland presenteerde dit onderzoek waarbij ze opmerkte dat de jongeren niet wisten dat het een onderzoek van YFC was. Omdat het zo veel interessante cijfers bevat beperk ik me hier tot een aantal aspecten uit de samenvatting.

Bestaat God? Bijna de helft van de jongeren gelooft niet in het bestaan van God. En het is gebruikelijker om niet over God en spiritualiteit na te denken.

Geloof delen? Ook al kennen de meeste jongeren wel vrienden die christen zijn en ervaren ze deze christenen als positief toch betekent dat niet dat ze meer willen weten over God.

Familie waardevol? De familie wordt door de jongeren als waardevol ervaren die bijdragen aan een goed zelfbeeld. De sterkste motivatie is dat de jongeren graag willen dat hun familie trots op hen is.

Welke zorgen? De jongeren maken zich het meeste zorgen over hun school (resultaten) naast de manier hoe ze eruit zien. Wereldwijde issues bij jongeren zijn oorlog, terrorisme en armoede.

No Questions Asked

Het onderzoek gepresenteerd door Chris Curtis van Youthscape richt zich op jongeren van 16 – 19 jaar in Luton, dus kan niet zondermeer gebruikt worden voor andere jongeren. Tegelijkertijd herkenden de aanwezige Europese jeugdwerkers wel een aantal uitkomsten. De aanleiding van het onderzoek was of geloofsvragen veranderd waren bij jongeren. Maar de grote verrassing was dat er helemaal geen vragen zijn over God en geloof, pas aan het eind van de interviews kwamen er heel voorzichtig wat vragen naar boven. Het leek of de vragen begraven lagen onder een dikke laag stof van de geschiedenis. Hoe komt het eigenlijk dat jongeren deze vragen over geloof niet meer stellen? Uit de interviews kwamen de volgende punten naar boven:

Disrespectful: Als tolerantie een belangrijke waarde is en discussiëren, vragen stellen over iemands geloof ervaren wordt als ‘kritiek’ of ‘aanval’ dan stel je geen vragen. Vragen stellen over geloof wordt door jongeren gezien als niet respectvol; ‘I didn’t wanna upset you’.

We’re all the same: Waarom moeten we vragen stellen over elkaars geloof als het toch allemaal hetzelfde is. Veel jongeren zien geen verschillen, door onbekendheid met religies of een pluralistische opvatting van geloof en soms doordat tolerantie en acceptatie belangrijker is.

Beliefs are personal: Geloof is privé en persoonlijk en daarom niet iets om over te discussiëren of vragen over te stellen. Daarom zijn jongeren niet echt gewend om te praten over God of geloof. Zelfs in families tussen ouders en kinderen wordt er nauwelijks gepraat over religie.

Religion is practical, not abstract: Jongeren hebben geen vast omlijnd dogmatisch kader over geloof, ze ervaren geloof als iets praktisch, iets van elke dag. Geloofsvragen zijn daarom ook minder relevant, het gaat om wat je ziet van geloof. Daarbij valt op dat het christendom weinig concrete uitingen kent in vergelijking met de Islam, zoals vasten, kleding, gebedstijden etc.

Religion is not a big concern: Ook al vinden denken jongeren vaak na over hun hoop en hun dromen voor de toekomst, religie is niet echt een issue. Geloof en God is gewoon niet iets waar je enorm gepassioneerd over bent of waar jongeren zich druk over maken.