Berichten

Met deze vraag werden we aan het denken gezet door Chris Curtis, de directeur van Youthscape, tijdens de European Youth Ministry Network. Een terechte vraag aan de aanwezige jeugdwerkers uit diverse Europese landen. Hoe zit dat eigenlijk in Nederland? Gelukkig wordt er best wat onderzoek gedaan in Nederland, vaak door studenten. Het OJKC komt regelmatig met boeiende onderzoeken. Er is zelfs een Research & React dag waarin je wordt bijgepraat over de actuele onderzoeken. Toch werd ik opnieuw getriggerd door deze vraag. Want de aanleiding voor de meeste onderzoeken is het afronden van een studie of promotie en gebaseerd op eigen affiniteit. En zover ik weet zijn er niet echt longitudinale onderzoeken. Er is geen onderzoekscentrum die denominatie overstijgend iets kan zeggen over christelijk jeugdwerk. Daarnaast missen we ook vaak de vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek naar de concrete praktijk in gemeenten. Om een idee te geven deel ik graag wat onderzoeken die gepresenteerd werden tijdens de conferentie van EYMN:

GenZ: Rethinking Culture

Dit onderzoek naar Generatie Z is uitgevoerd in november en december van 2016 onder 11 -18 jarige jongeren uit Engeland. Laura Hancock, research director, van YFC Engeland presenteerde dit onderzoek waarbij ze opmerkte dat de jongeren niet wisten dat het een onderzoek van YFC was. Omdat het zo veel interessante cijfers bevat beperk ik me hier tot een aantal aspecten uit de samenvatting.

Bestaat God? Bijna de helft van de jongeren gelooft niet in het bestaan van God. En het is gebruikelijker om niet over God en spiritualiteit na te denken.

Geloof delen? Ook al kennen de meeste jongeren wel vrienden die christen zijn en ervaren ze deze christenen als positief toch betekent dat niet dat ze meer willen weten over God.

Familie waardevol? De familie wordt door de jongeren als waardevol ervaren die bijdragen aan een goed zelfbeeld. De sterkste motivatie is dat de jongeren graag willen dat hun familie trots op hen is.

Welke zorgen? De jongeren maken zich het meeste zorgen over hun school (resultaten) naast de manier hoe ze eruit zien. Wereldwijde issues bij jongeren zijn oorlog, terrorisme en armoede.

No Questions Asked

Het onderzoek gepresenteerd door Chris Curtis van Youthscape richt zich op jongeren van 16 – 19 jaar in Luton, dus kan niet zondermeer gebruikt worden voor andere jongeren. Tegelijkertijd herkenden de aanwezige Europese jeugdwerkers wel een aantal uitkomsten. De aanleiding van het onderzoek was of geloofsvragen veranderd waren bij jongeren. Maar de grote verrassing was dat er helemaal geen vragen zijn over God en geloof, pas aan het eind van de interviews kwamen er heel voorzichtig wat vragen naar boven. Het leek of de vragen begraven lagen onder een dikke laag stof van de geschiedenis. Hoe komt het eigenlijk dat jongeren deze vragen over geloof niet meer stellen? Uit de interviews kwamen de volgende punten naar boven:

Disrespectful: Als tolerantie een belangrijke waarde is en discussiëren, vragen stellen over iemands geloof ervaren wordt als ‘kritiek’ of ‘aanval’ dan stel je geen vragen. Vragen stellen over geloof wordt door jongeren gezien als niet respectvol; ‘I didn’t wanna upset you’.

We’re all the same: Waarom moeten we vragen stellen over elkaars geloof als het toch allemaal hetzelfde is. Veel jongeren zien geen verschillen, door onbekendheid met religies of een pluralistische opvatting van geloof en soms doordat tolerantie en acceptatie belangrijker is.

Beliefs are personal: Geloof is privé en persoonlijk en daarom niet iets om over te discussiëren of vragen over te stellen. Daarom zijn jongeren niet echt gewend om te praten over God of geloof. Zelfs in families tussen ouders en kinderen wordt er nauwelijks gepraat over religie.

Religion is practical, not abstract: Jongeren hebben geen vast omlijnd dogmatisch kader over geloof, ze ervaren geloof als iets praktisch, iets van elke dag. Geloofsvragen zijn daarom ook minder relevant, het gaat om wat je ziet van geloof. Daarbij valt op dat het christendom weinig concrete uitingen kent in vergelijking met de Islam, zoals vasten, kleding, gebedstijden etc.

Religion is not a big concern: Ook al vinden denken jongeren vaak na over hun hoop en hun dromen voor de toekomst, religie is niet echt een issue. Geloof en God is gewoon niet iets waar je enorm gepassioneerd over bent of waar jongeren zich druk over maken.

 

Voordat deze week begon werd ik verschillende keren bevraagd over wat het European Youth Ministry Network is, wie daar zijn en wat ze doen. Dat zijn prima vragen om snel en eenvoudig te beantwoorden. Toch neem ik iets meer tijd voor een antwoord om tegelijk te reflecteren op de Nederlandse situatie.

EYMN

Het Europese Netwerk van Jeugdwerkers heeft deze 3e conferentie georganiseerd om elkaar te ontmoeten, te bemoedigen, ervaringen te delen en samen te ontdekken wat er gebeurt in Europa. Nou waren er eerder ook wel Europese ontmoetingen en is het EYMN niet het enige netwerk, zo gaat dat in een complexe wereld. Toch is het bijzonder om te zien hoe jeugdwerkers uit Europa elkaar weten te vinden en door de jaren heen effectief hebben samengewerkt. In deze conferentie zijn er zo’n 45 ‘leaders in Youth ministry’ uit 16 verschillende Europese landen. Bijzonder is dat sinds 5 – 10 jaar Europa beter vertegenwoordigd is en het niet alleen een West-Europese ontmoeting is gebleven.

Ervaring

Het gezelschap is zeer divers gelet op de functies in Youth Ministry. Er zijn lokale jeugdwerkers, ontwikkelaars van materiaal, directeuren van organisaties, regionale netwerkers en van alles daar tussenin. En ook de ‘dienstjaren’ zijn zeer divers maar de grootste groep zit tussen 10 en 20 jaar ervaring met een aantal uitschieters naar meer dan 30 jaar jeugdwerk. Gelukkig is er geen ‘houdbaarheidsdatum’ bij jeugdwerkers waardoor ervaring en kennis behouden blijft en overgedragen kan worden. Dit is niet vanzelfsprekend want juist in Nederland ervaar ik wel eens een tekort aan ervaren jeugdwerkers. Mogelijk dat we in Nederland te weinig waardering hebben voor mensen die al wat jaren meelopen en dat we vergeten om dankbaar te zijn voor al hun inzet voor nieuwe generaties. Temeer omdat we daarmee een duidelijk signaal geven aan onze jongeren; we vinden jullie belangrijk en waarderen daarom ook de mensen die in jullie investeren. Dit is ook essentieel voor het werven en begeleiden van een nieuwe generatie leiders. Opvallend is dat de aanwezigen al op jonge leeftijd leider zijn geworden.

Professie

Wat mij verder opviel uit de survey voorafgaand aan deze conferentie is dat zo’n 35% een ‘volunteer ministry’ (unpaid) heeft. Met mijn Nederlandse bril is dat een teken dat het domein van jeugdwerk nog onvolwassen is. Vanuit het idee dat ‘money follows vision’ maak ik me zorgen als er blijkbaar zo weinig budget is om te investeren in goed jeugdwerk. Tegelijk besef ik dat de context in bijv. Oost-Europa heel anders is dan in Nederland. Toch was ik verrast door een collega uit Bulgarije die vertelde dat ‘paid ministry’ een beetje verdacht is want het idee is dat jongeren geen relatie aangaan met mensen die betaald worden om met deze jongeren op te trekken. Dit roept natuurlijk allerlei vragen op over wat een jeugdwerker is. Steeds meer geloof ik in 2e lijns jeugdwerkers en 1e lijns jeugdleiders. Het directe contact met jongeren, het leven delen vraagt om een relatie en continuïteit. Naar mijn idee is dat per definitie een jeugdleider, een vrijwilliger uit de kerk of community. Tegelijk vraagt jeugdwerk om professionals die jeugdleiders trainen, die goed materiaal ontwikkelen, die beleid maken en dat is toch echt een professie. Hiervoor heb je een passende opleiding en vlieguren nodig.

Mentoring

Eén van de oudste deelnemers noemt zichzelf een ‘alongsider’, een geweldige term voor iemand die in bepaalde levensfasen nabij is, meeloopt en betrokken is. Het principe van mentoring, coach wordt door de meeste aanwezigen ook benut. Zowel mentor zijn voor anderen als een mentor hebben geldt voor de meeste aanwezigen. En dat geldt voor alle leeftijden en opvallend genoeg vooral bij de 40+’ers. Blijkbaar heb je, ondanks of misschien juist wel door heel wat jaren ervaring, behoefte aan een ‘alongsider’. Volgens mij kunnen we hier als Nederlandse ‘doe-het-zelvers’ veel van leren. Durf jezelf kwetsbaar te maken en te blijven groeien als jeugdwerker. Hopelijk wordt dit ook gestimuleerd en gefaciliteerd door werkgevers zoals kerken en organisaties.