Gouden ingrediënten in het jeugdwerk

In januari nam ik afscheid van de PKN Zwammerdam waar ik de afgelopen drie jaar het jeugdwerk een impuls heb mogen geven. Tijd om terug te blikken en de gouden ingrediënten of misschien wel het geheim van goed jeugdwerk in de kerk te delen. Ik neem je mee langs hoe om te gaan met vacatures in de kerk, relaties te bouwen in het jeugdwerk en participatie door jongeren.


Omgaan met vacatures

In veel gemeenten zijn er vacatures. Wanneer er vacatures zijn in het jeugdwerk (en breder in de gemeente) wordt er vaak gekeken naar degenen die trouw elke week in de kerk zitten,  naar mensen die al diverse taken op zich hebben genomen, naar mensen die geen “nee” kunnen zeggen of een groot verantwoordelijkheidsgevoel kennen. “Mensen moeten vooral bekwaam zijn”, wordt gedacht, want dat is wel zo handig, dan draait de activiteit weer snel verder en kan de (jeugd)ouderling zich weer met andere zaken bezighouden. Herkenbaar? Ik kom het in veel kerken tegen: mensen die zichtbaar zijn in de gemeente omdat ze een zichtbare taak hebben worden vaak gevraagd om in te springen bij vacatures. Het is fijn dat als een vacature snel is ingevuld, maar als we naar de langere termijn kijken maakt het de gemeente kwetsbaar en wel om de volgende redenen:

  • Waar een paar mensen veel werk verzetten is het risico op overbelasting aanwezig;
  • Het principe van vele handen maken licht werk vervalt;
  • Bij overbelasting valt er een gat op meerdere fronten;
  • We ontnemen mensen die niet zo zichtbaar zijn de kans om hun talenten te ontplooien;
  • De kans is aanwezig dat de jeugdwerk de veelkleurigheid van de gemeente niet meer representeert;
  • De kans bestaat dat er koninkrijkjes ontstaan;
  • We stimuleren consumptiegedrag (het wordt wel geregeld);
  • We onthouden jongeren het ontwikkelen van hun talenten en dragen bij aan een generatiekloof in het jeugdwerk.

Daarbij kunnen we ons afvragen hoe aantrekkelijk het jeugdwerk wordt voor de jeugd zelf en ten tweede: hoe borgen we de overdracht naar de volgende generatie? Hoe leiden we de nieuwe leiders op?
Daarom adviseer ik om steeds weer te kijken wie we kunnen inzetten en betrekken bij het jeugdwerk. Zorg steeds voor nieuwe aanwas in commissies door jaarlijks of tweejaarlijks weer nieuwe jongeren in te zetten. Dat geeft anderen die al wat langer meedraaien gelegenheid om door te stromen, zodat ook die leiders zich verder kunnen ontplooien en doorschuiven in de gemeente. En soms moet je gewoon een vacature creëren om een jongere aan boord te houden.


Relaties bouwen

Relaties bouwen in het jeugdwerk staat met stip op nummer 1 in het jeugdwerk. Zonder binding met leiders die echt oog en oor hebben voor de kinderen en jongeren is het jeugdwerk erg kwetsbaar. Wanneer kinderen de tienerleeftijd bereiken worden relaties met jeugdleiders steeds belangrijker. Thuis wordt er immers afgezet tegen de ouders – wat volstrekt normaal is in die leeftijdsfase -, hoe mooi is het dan als de jongere een goede band heeft met een jeugdleider! Kinderen voelen haarfijn aan of ze er echt mogen zijn en er interesse in ze is, daarom is het van belang om als leider de volgende punten in te bedden in het jeugdwerk:

  • Toon oprechte interesse;
  • Doe dingen samen: bijvoorbeeld samen pizza’s bakken en daarna eten voordat je activiteit begint: samen eten verbindt!
  • Zorg dat je op tijd aanwezig bent en alles voor je activiteit hebt klaargezet zodat wanneer de kinderen komen je er echt voor ze bent;
  • Vraag hoe het gaat met ze;
  • Deel wat van je eigen leven: openheid geeft openheid, maar bedenk vooraf goed wat je wel en niet wilt delen en of het bij de leeftijd past;
  • Wees beschikbaar. Ga na je activiteit niet meteen opruimen, maar heb oog voor degene die nog even blijft hangen;
  • Spreek de kinderen ook buiten de activiteit, bijvoorbeeld als je boodschappen gaat doen en een tiener aan het vakkenvullen is bij de supermarkt of wanneer je ze op straat of ergens anders tegenkomt.
  • Wees in alles jezelf. Je bent niet meteen hip als je ‘slang’ gebruikt of hippe woorden. Je hoeft ook niet hip te zijn: als je maar authentiek bent: echt, puur en leeft met God. Daar hebben jongeren een goed voorbeeld aan. Als leider ben je een identificatiefiguur. Wat je doet is belangrijker dan wat je zegt;
  • Neem de tijd om een goede band op te bouwen. Dat kost gemiddeld zo’n twee tot drie jaar. Vraag daarom aan mensen in het jeugdwerk lange termijn commitment.
  • Geniet van de jeugd die je is toevertrouwd! Ze merken het als je er van geniet en van ze houdt.

Dit zijn geen eenmalige acties. Relationeel bezig zijn moet steeds weer op de agenda gezet worden. Zo houden we elkaar in het jeugdwerk scherp.


Participatie door jongeren

Het wordt al jaren geroepen in opleidingen en trainingen, door jongerenorganisaties van de landelijke kerken en door professionals: laat de jongeren zelf meedraaien in het jeugdwerk. De praktijk blijkt weerbarstig: als een soort automatisme wordt er in de vijver gevist van “bekenden” in de kerk (wat ik hierboven ook al schreef). Het is zaak om steeds weer te kijken welke jongeren we kunnen inzetten in de gemeente. Wanneer we dat doen en de jongeren daadwerkelijk inzetten gebeurt er iets moois. Jongeren worden zichtbaarder en raken betrokken!
Daar zitten wel wat mitsen en maren aan: jongeren zijn niet te porren voor klusjes in de kerk: helpen collecteren, flyers uitdelen, enz. Dat willen ze wellicht best een keer doen, maar als het daarbij blijft haken ze af. Geef jongeren verantwoordelijkheid en vrijheid: daar leren en groeien ze van! Enkele voorbeelden:

  • Laat de jongeren zelf het jeugdhonk opknappen en inrichten, daar zijn ze vindingrijk en creatief genoeg voor. Wel zul je het moeten begeleiden, laat ze maar leren met en van elkaar;
  • Zet tieners in om bij Sirkelslag Kids te helpen met spellen begeleiden, te jureren of de techniek te bedienen;
  • Zet jongeren in bij Kliederkerk;
  • Zet jongeren in bij de kinderclubs. Twee meiden van 16 jaar kunnen prima een club leiden voor meisjes van groep 7 en 8;
  • Laat jongeren zelf een Nacht zonder dak organiseren en zet ook ouderen in. Hierdoor breng je meteen generaties met elkaar in verbinding;
  • Laat jongeren zelf een kerkdienst organiseren;
  • Enz. enz.

Bij participatie is het niet zo dat je alles afschuift naar de jongeren, je zult als leider mee moeten lopen, ze aanmoedigen, begeleiden, bijspringen, en sturen. Dat versterkt meteen de band. Het grote voordeel van participatie is dat jongeren makkelijker andere jongeren uitnodigen op “hun” activiteit. Daarnaast leren ze ervan en raken ze betrokken in de gemeenschap. Dat is wat bindt en dan zijn we weer bij relaties. Het is als jeugdleider een extra uitdaging om jongeren te coachen en te begeleiden. Bedenk dat je zelf hierdoor ook verder groeit.

Samenvattend
Vacatures zullen er altijd zijn in de kerkelijke gemeente. Dat biedt kansen! Relatie en participatie gaan hand in hand. Ga de uitdaging aan met je teams in het jeugdwerk. Bouw aan relaties, laat jongeren participeren en wees authentiek als leider. Zet het steeds weer op de agenda van je jeugdwerkersoverleg zodat het inslijt in je jeugdwerk.

Voor professionele ondersteuning en begeleiding kun je een beroep doen op de professionals van Jeugdwerk.info.





Over Jan-Peter Molenaar:

Ik ben is sinds 2005 werkzaam in het jeugdwerk. In 2014 heb ik de Jongerenwerkersopleiding met goed resultaat afgerond. Wat ooit begon als vrijwilligerswerk in mijn eigen gemeente is nu uitgegroeid tot een parttime baan als zelfstandig professional. Inmiddels heb ik in tal van gemeenten het jeugdwerk begeleid op zowel eerstelijns als tweedelijns niveau. Daarnaast verzorg ik jeugdwerk gerelateerde trainingen voor de PKN Academie en ben ik partner van jeugdwerk.info.