Het is etenstijd. De oudste (9 jaar) kruipt achter de laptop vandaan en vraagt: ‘Mam, hebben wij nog condooms?’ Ik kijk verbaasd en zeg: ‘Condooms? Waar heb je die voor nodig?’ Zoon nummer 2 (7 jaar) schuift ook aan tafel: ‘Condooms, wat zijn dat nou weer?’ De oudste legt uit: ‘Ehm, dat is een soort ballon, als papa en mama geen kinderen meer willen dan kan papa die om z’n plasser doen als hij met mama gaat vrijen. Maar meer zeg ik er niet over, want dat is een beetje raar.’

Z’n broer knikt begrijpend (het verhaal van de zaadjes en de eitjes kent hij…) en vraagt niet verder. De condooms blijken nodig voor de condoom-challenge. Vlogs kijken is de favoriete bezigheid van mijn oudste zoon en daarin zijn allerlei challenges te zien. Bij de condoomchallenge wordt een condoom gevuld met water en daarna losgelaten boven iemands hoofd. Het gevulde condoom blijft dan op en om het hoofd van die persoon hangen zonder dat het knapt, dat levert hilarische beelden op.*

Stoer

We hebben aan tafel nog even doorgekletst over hoe grappig die condoomchallenge is. Ik denk niet dat hij echt zelf die challenge wilde doen. Hij moest er gewoon even over vertellen en vond het wel stoer om te doen alsof hij het zelf ook van plan was. Er even aandacht aan besteden was genoeg.

Open praten over alles

Toen ik een tijdje later deze situatie besprak met een vriendin, besefte ik me dat ik blij ben dat mijn zoon zonder blikken of blozen zo’n vraag durft te stellen. En ook dat z’n broertje en ik daar in alle openheid op konden reageren. Ik heb, toen ik kinderen kreeg, best bewust nagedacht over de seksuele opvoeding en ik hoopte dat het me zou lukken om ‘seksualiteit’ een normaal gespreksthema te laten zijn.  Het is fijn om te merken dat de informatie die ik mijn zoon de afgelopen jaren herhaaldelijk heb verteld ook is blijven hangen. Het is fijn om te merken dat hij z’n broertje daar iets over wil uitleggen. Wel met enige schaamte, maar hé, hij is 9, dat hoort erbij op die leeftijd. Het is fijn om te zien dat zijn broertje de informatie opslaat (een paar weken later komt het nog eens ter sprake en hij reproduceert meteen waar een condoom voor is). En het is fijn dat we kunnen lachen om de condoom-challenge zonder dat het ongemakkelijk is. Het bevestigt mij dat het echt het beste is om van jongs af aan zo normaal mogelijk te praten over alles wat met seksualiteit te maken heeft.

Andere mediaboodschappen

Ik bedenk me ook dat het belangrijk is dat ik de komende tijd regelmatig praat met mijn oudste over wat hij allemaal tegenkomt in de vlogs die hij kijkt. Want ook via die kanalen krijgt hij ‘informatie’ over ‘seks’ en dat is niet persé de informatie die ik hem wil geven. Praten, luisteren, vragen stellen, praten, praten, dat is volgens mij de sleutel in de seksuele opvoeding. Want welke kansen had ik gemist als ik nooit had uitgelegd dat papa en mama vrijen? En als ik nooit had verteld wat een condoom is? Of als ik hem zou verbieden om vlogs te kijken? Dan had hij misschien bij een vriendje deze vlog gezien, de vraag of wij condooms hebben nooit gesteld en z’n broertje niet gehoord waar condooms voor zijn…

*Het is overigens een gevaarlijke challenge, zoals veel challenges die op YouTube in vlogs te zien zijn. Belangrijk om met je kinderen te bespreken: is alles wat kan, ook verstandig om te doen?

Deze blog is eerder verschenen bij  Power to the Mama’s, een online platform voor christelijke moeders – 

,
Geven of ontvangen?

De komende week is de European Youth Ministry Gathering waar leiders in jeugdwerk samen nadenken over de komende 10 jaar van het christelijk jeugdwerk in Europa. In onze gemeente werd hiervoor gebeden en na afloop van de dienst kreeg ik de vraag ‘ga je geven of ontvangen op die conferentie?’

Mijn reactie was dat we vooral samen gingen bezinnen, nadenken over het jeugdwerk. Toch liet deze vraag mij niet los omdat wij misschien wel te vaak op deze manier kijken naar onze activiteiten. Je vertelt of je luistert, je leidt een bijbelstudie of je neemt er aan deel, je stuurt of je volgt, je geeft of je ontvangt. Maar hoe zou ik ooit kunnen geven als ik niet eerst ontvang en juist in het spreken hoor ik zoveel van Gods stem.

Ik hoop dat ik veel mag ontvangen en daardoor kan geven.

,
Bioscopen vernieuwen

Vandaag is de première van Storm. Afgelopen zaterdag konden Gouwenaren al kennis maken met de film bij de voorpremière. Een film over de Reformatie die deze ingrijpende gebeurtenis in de geschiedenis dicht bij jongeren probeert te brengen. Het doel van Luther, Calvijn, Zwingli en anderen was vernieuwing. Toewijding aan Jezus Christus in plaats van aan de kerk, haar leiders. macht en geld.

Die vernieuwing, naast het het collectief geheugen opfrissen, is voor mij ook de motivatie om te participeren in Refo500. Daarom ben ik ook enthousiast over Storm omdat het midden in de jeugdcultuur, in bioscopen een ander verhaal vertelt dan ‘Fifty Shades Darker’ en ‘The Bye Bye man’.

Natuurlijk begrijp ik de moeite van opvoeders die hun kinderen liever niet in de bioscoop zien om alle schreeuwende billboards en trailers die daar je aandacht trekken. Maar is dat niet juist de dragende visie van de Reformatie? Present zijn en vernieuwen! Laten we tekenen van hoop oprichten op plaatsen waar het keihard nodig is. Laten we onze kinderen leren dat toewijding aan Christus niet betekent dat we ons terugtrekken in veilige bastions van vroomheid maar in Zijn naam aanwezig zijn en een ander verhaal (laten) vertellen.

,
Wat is belangrijk?

Als gezin hebben wij de gewoonte om op oudejaarsavond te danken en te bidden voor het afgelopen jaar maar ook vooruit te kijken naar het komende jaar. Dit jaar mocht iedereen een gebedspunt voor 2017 noemen waar een ander gezinslid voor zou bidden. Met de opstart van Jeugdwerk.info in mijn achterhoofd noemde ik dit als gebedspunt: ‘ik hoop dat het lukt om te starten en dat er ook genoeg werk zal zijn’. Prompt reageerde onze dochter; ‘is dat dan het belangrijkste voor u?’

Even was ik stil door de confrontatie met deze terechte vraag. Wat is voor mij eigenlijk het belangrijkste in 2017? Een eerlijke vraag die mij dwingt om mijn prioriteiten eens tegen het Licht te houden.

Identiteit.

Wie ben jij? Stel dat ik aan je omgeving zou vragen wat jou typeert, wat kenmerkend is voor jou, wat zou dan het antwoord zijn? Wat is je identiteit? Wat voor persoon ben je en hoe sta jij in het leven? Dat bepaalt je identiteit. Niet zozeer je mooie woorden, of instemmend geknik maar hoe anderen jou hebben leren kennen in je gedrag, in je ‘zijn’. Belijdende identiteit. Juist in je belijdenis, je geloofshouding en levensbeschouwing valt iets af te lezen van wie je bent, althans daar ga ik van uit. In je belijdenis geef je uiting van je afhankelijkheid van God, je geloofsvertrouwen. Het zegt iets over jouw geloof. Een belijdende identiteit is dus niet ‘dat wat jou onderscheid van anderen’. Belijden is niet reactionair op een ander, maar een uitroep van verwondering over Gods grote daden met jou.

Waarden en normen.

Je zou kunnen zeggen dat je belijdenis de ‘waarden’ zijn waar je bij leeft. De ‘waarheid’ waaruit je leeft. En op basis van die ‘waarden’ ga je ook handelen, stel je voor jezelf ‘normen’. Dat zijn de uitingen die zichtbaar zijn voor je omgeving, daaraan ontdek je jouw identiteit.

Overdracht.

Jouw motivatie om je hierop te bezinnen ligt hopelijk in je verantwoordelijkheid voor de kinderen die aan je zorg zijn toevertrouwt. Als opvoeder, ambtsdrager, catecheet of jeugdleider heb jij een taak gekregen bij de ontwikkeling van jeugd, bij de geloofsoverdracht. Is geloof dan over te dragen als een ‘pakketje waarheden’? Nee, want we belijden Gods vrijmachtig handelen ie zich niet laat dwingen in menselijke activiteit. Maar we hebben wel de dure plicht om onze verantwoordelijkheid uiterst serieus te nemen. En dat doen we door het vertellen van de grote daden van God aan een nieuwe generatie en hen op te voeden in de vreze van de HERE.

Inwijden.

Als het geen ‘pakketje’ is wat we kunnen overdragen wat is het dan wel? Misschien kunnen we beter spreken van ‘inwijden’. Onze kinderen, net als in het Oude Testament, wijzen op de stenen in de Jordaan. Hen net als bij Pesach laten participeren bij het slachten en eten van het lammetje. Ze laten proeven van de bittere kruiden en ongezuurde broden. Ze meenemen op de reis door de Thora en ze inscherpen om te ademen vanuit deze wet die tot het Leven leid.

Vraag.
Hoe kunnen wij onze kinderen inwijden in de belijdenis zodat zij hieraan hun identiteit ontlenen? Hoe vormen we een ‘moreel zelf’, ofwel een ‘belijdende identiteit’?

  1. Discipline
    In onze maatschappij lijkt discipline een vies woord te worden, het ruikt teveel naar indoctrinatie, naar het onderdrukken van de verlangens en behoeften van een kind. Naar mijn idee komt dit voort uit een volslagen naïef mensbeeld. Allereerst omdat ik geloof dat de mens uit zichzelf niet gericht is op het goede, en dat geldt niet minder voor kinderen. Daarbij zijn kinderen geen ‘volwassenen in zakformaat’ maar mensen in ontwikkeling die het verdienen om geleid te worden, die een ‘herder’ nodig hebben. Dat niet alle ‘herders’ hun kudde goed weiden en te weinig het belang van de, aan hun zorg toevertrouwde, schapen op het oog of hart hebben hoeft ons ook niet te verbazen maarmoet wel leiden tot verontwaardiging. Van herders mag verwacht worden dat zij het goede zoeken voor hun schapen. Van opvoeders mag verwacht worden dat zij hun kinderen, de kinderen van de gemeente, laten groeien in verantwoordelijkheid door hen te corrigeren en tegelijk te bemoedigen. Door naast de noodzakelijke ‘controle’ ook ‘steun’ te geven. Door structuur en richting te bieden zodat kinderen leren hoe zij moeten handelen in de verschillende situaties waarin zij komen. Door discipline te laten ontdekken als een tegengif tegen wisselende stemmingen en een gebrek aan volharding. En dit mag ook geconcretiseerd worden in de geloofsoverdracht aan kinderen. Discipline in leren, in verzamelen van kennis, in ontdekken wie God is, lijkt mij
    pure noodzaak om in te groeien in een belijdende identiteit.
  2. Gewoontevorming
    Vanuit de oefening in discipline welke geïnitieerd wordt door de opvoeders kunnen kinderen dan functioneren vanuit een gewoontevorming. Deze gewoontevorming geeft regelmaat zodat je kunt participeren in een sociale samenleving. Je kunt functioneren in een sociale omgeving die veelal gekenmerkt wordt door afspraken en regels om samen te leven. Een tweede aspect van gewoontevorming is matiging. Je leert je behoeften en verlangens te doseren zodat kinderen zich hierdoor niet laten controleren en daarmee zichzelf of anderen tekort doen of zelfs in gevaar brengt. Daarbij geeft het ook rust in een hectische tijd. Je hoeft niet bij elke stap die je zet opnieuw na te denken over de mogelijke keuzes die je kunt maken. Soms hoor je als reactie dat hiermee te weinig rekening wordt gehouden met de wensen van het kind zelf, het kan niet meer zelf nadenken. In mijn beleving is het juist onbarmhartig om kinderen over te laten aan zichzelf zodat ze elke keer opnieuw moeten kiezen, zichzelf moeten bewijzen met onzekerheid en faalangst als mogelijke gevolgen. Deze ‘gewoontevorming’ is niet indoctrinerend omdat het uiteindelijk als doelstelling heeft om kinderen te laten groeien tot verantwoorde mensen voor Gods aangezicht. Niemand wil dat zijn kinderen door het leven gaan als papegaaien zonder eigen identiteit. En juist de gewoontevorming bij het lezen van Gods Woord en het telkens weer de stilte zoeken om God te ontmoeten is een zeer goede gewoonte.
  3. Zelfregulering
    Vanuit de discipline die gevolgd wordt door gewoontevorming leren kinderen gedragingen vanuit waarden en normen zich eigen te maken. De effecten van de gewoontevorming, zoals regelmaat, matiging en rust, bieden de mogelijkheid aan het kind om eigen keuzes te maken voor zichzelf en in de interactie met de omgeving. Het kind is gegroeid tot een ver- antwoord-elijk mens. Typerend voor deze verantwoordelijkheid is de intrinsieke instemming. Het is een ‘belijdende identiteit’ geworden.

De ontwikkeling.

De vraag die we onszelf nu stellen is hoe wij de ‘belijdende identiteit’ kunnen laten aansluiten bij de ontwikkeling die kinderen, tieners en jongeren doormaken. Per leeftijdscategorie willen we dit in grote lijnen bespreken.

  • Kinderen: Ontdekken en aanvaarden
    De kinderleeftijd wordt getypeerd door de ontdekking van de vaardigheden en beperkingen van zichzelf. Dit kan leiden tot een conflict tussen ‘competentie en minderwaardigheid’. Voorop staat echter de kennismaking met zichzelf, de mensen om hen heen en de wereld waarin zij leven. Hier is ook geen kritische reflectie op maar deze ‘gegevens’ worden geaccepteerd en aanvaard. Waarbij andere visies, belevingen alsabsurd worden ervaren. Veelal ongenuanceerd wordt de mening van de opvoeder of de cultuur overgenomen. De focus van kinderen is vooral gericht op de werkelijkheid.
  • Tieners: Beoordelen en kiezen
    De focus in de tienerleeftijd verschuift van de werkelijkheid naar zichzelf, enig narcisme kan hen niet ontzegd worden. De waargenomen werkelijkheid, de visies en meningen worden beoordeeld. Veelal kritisch wordt hier op gereageerd, niet zozeer om het standpunt van de ander maar als toetsing van het eigen ego. Het is de fase van identiteitsontwikkeling: wie wil ik zijn? En uit de vele mogelijkheden en externe signalen wordt een eigen positie gekozen, een eigen identiteit ontwikkeld. Bij tiener is de focus vooral op het eigen ik.
  • Jongeren: Reflecteren en nuanceren
    Hier zie je de focus weer verschuiven naar buiten, vanuit de voorlopig ontwikkelde identiteit wordt gereflecteerd op de werkelijkheid. De omgeving wordt bekeken en vergeleken met eigen positie. Hierbij worden de stellige eigen standpunten die nodig waren voor identiteitsontwikkeling genuanceerd en worden ook de andere standpunten gerelativeerd en veelal in hun context geplaatst en daarmee genuanceerd. De ontmoeting met de ander is hierbij dus noodzakelijk. Bij jongeren is de focus vooral op de ander.

Identiteit in ontwikkeling.

Vanuit het bovenstaande kunnen we nu proberen om de ‘belijdende identiteit’ te laten aansluiten bij de ontwikkeling van de jeugd. Hierbij zal het proces van discipline, gewoontevorming en zelfregulering een curve zijn door de verschillende leeftijdscategorieën heen. Discipline past duidelijk meer bij kinderen, tieners zullen gestimuleerd moeten worden in gewoontevorming en zelfregulering past meer bij jongeren. Hiermee is dan ook een schets gegeven van de verschillende vormen van geloofsoverdracht voor de diverse leeftijdsgroepen.