Met het hele gezin genieten we van ons jongste mannetje die vijf jaar na onze tweede geboren werd en nu bijna twee-en-een-half jaar is. We vinden hem allemaal schattig en z’n broers lachen om alle grappige dingen die hij doet en zegt. Hij heeft een stralend koppie, mooie bruine ogen en een heerlijke lach. Verder ben ik helemaal niet bevooroordeeld als moeder. 😉

En al die schattige, lieve en ondeugende dingen leg ik vast met mijn telefoon: peuter die een liedje zingt, peuter die lief ligt te slapen, peuter die gekke bekken trekt, peuter die op schoot zit bij z’n broer. Heel regelmatig denk ik: dit zou best een mooie foto voor Instagram zijn. Of: deze grappige uitspraak zou ik op Facebook moeten delen. Gewoon omdat ik me trots voel en graag aan de hele wereld zou willen laten zien wat een lieve, mooie, fantastische kinderen ik heb. Ook zakelijk gezien zou het best interessant zijn om meer persoonlijke foto’s en filmpjes van ons gezinsleven te delen. M’n werk heeft nou eenmaal alles met gezinnen en opvoeden te maken.

Zelf beslissen

Toch doe ik het vrijwel niet (meer). M’n grootste bezwaar is dat mijn kinderen nu zelf nog geen invloed kunnen hebben op welke beelden van hen online gezet worden. Over een paar jaar is de oudste waarschijnlijk zelf actief op social media en bepaalt hij zelf welke foto’s hij deelt. Het voelt niet goed om dat nu voor hem en zijn broertjes te bepalen. Het heeft voor mij alles te maken met privacy. Iets wat van jezelf is, wordt door een ander gedeeld en je hebt geen invloed op hoe dat gebeurt.

Invloed op lange termijn

Daarnaast vind ik het lastig in te schatten wat de invloed van al die beelden online op lange termijn is. Hoe is het voor mijn kinderen als ze op hun 30e een soort fotoalbum van hun leven online kunnen terugvinden? Of als hun werkgever dat kan vinden? Om nog maar niet te spreken van mensen die slechte bedoelingen hebben. De kans is niet groot, maar wat als het lieve hoofd van jouw kind wordt gebruikt in kinderporno? De politie komt dat knip-en plakwerk helaas regelmatig tegen.

En de blogs die ik schrijf dan? Ook dat doe ik met enige aarzeling. De situatie uit mijn vorige blog over condooms en vlogs kijken heb ik wel eerst voorgelegd aan de oudste twee. Ze kunnen natuurlijk niet overzien hoeveel mensen dat lezen, maar ik wil ze graag betrekken in mijn overwegingen. Ze laten zien dat ik erover nadenk, omdat ze op een dag ook zelf die keuzes moeten maken. En ik kies ervoor niet hun namen te gebruiken of eigen foto’s erbij te plaatsen.

Ik ken ook veel moeders die wel foto’s en verhalen van hun kinderen delen, via blogs, Instagram-accounts of een persoonlijke Facebook-pagina. Een aantal van die moeders verdient ook geld daarmee, bijv. door het boegbeeld van een kledingmerk te zijn (een brandrep) omdat ze zoveel volgers hebben. En het gekke is dat ik het in sommige gevallen ook nog heel leuk vind om die verhalen te lezen of die leuke foto’s te zien.

Ik weet het niet

Maar heel vaak denk ik: hoe is het voor die kinderen, die nog klein zijn en geen idee hebben dat er per dag 1000 keer een foto wordt geliked waar zij opstaan. Wat als die kinderen ouder worden en dat niet meer willen… Stort het leven van die moeder dan ook in? Of is dit gewoon het nieuwe opgroeien en gaat er niet zoveel ergs gebeuren met die kinderen die nu al een beroemdheid op social media zijn? Dat zou ook zomaar kunnen. Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, kies ik nu voor de manier die voor het mij het meest veilig voelt.

Al mist de wereld natuurlijk wel wat zonder foto’s van mijn kinderen online 😉

Hanna van Ommen

Deze blog is eerder verschenen bij Power to the Mama’s, een online platform voor christelijke moeders –www.powertothemamas.nl  

Het is etenstijd. De oudste (9 jaar) kruipt achter de laptop vandaan en vraagt: ‘Mam, hebben wij nog condooms?’ Ik kijk verbaasd en zeg: ‘Condooms? Waar heb je die voor nodig?’ Zoon nummer 2 (7 jaar) schuift ook aan tafel: ‘Condooms, wat zijn dat nou weer?’ De oudste legt uit: ‘Ehm, dat is een soort ballon, als papa en mama geen kinderen meer willen dan kan papa die om z’n plasser doen als hij met mama gaat vrijen. Maar meer zeg ik er niet over, want dat is een beetje raar.’

Z’n broer knikt begrijpend (het verhaal van de zaadjes en de eitjes kent hij…) en vraagt niet verder. De condooms blijken nodig voor de condoom-challenge. Vlogs kijken is de favoriete bezigheid van mijn oudste zoon en daarin zijn allerlei challenges te zien. Bij de condoomchallenge wordt een condoom gevuld met water en daarna losgelaten boven iemands hoofd. Het gevulde condoom blijft dan op en om het hoofd van die persoon hangen zonder dat het knapt, dat levert hilarische beelden op.*

Stoer

We hebben aan tafel nog even doorgekletst over hoe grappig die condoomchallenge is. Ik denk niet dat hij echt zelf die challenge wilde doen. Hij moest er gewoon even over vertellen en vond het wel stoer om te doen alsof hij het zelf ook van plan was. Er even aandacht aan besteden was genoeg.

Open praten over alles

Toen ik een tijdje later deze situatie besprak met een vriendin, besefte ik me dat ik blij ben dat mijn zoon zonder blikken of blozen zo’n vraag durft te stellen. En ook dat z’n broertje en ik daar in alle openheid op konden reageren. Ik heb, toen ik kinderen kreeg, best bewust nagedacht over de seksuele opvoeding en ik hoopte dat het me zou lukken om ‘seksualiteit’ een normaal gespreksthema te laten zijn.  Het is fijn om te merken dat de informatie die ik mijn zoon de afgelopen jaren herhaaldelijk heb verteld ook is blijven hangen. Het is fijn om te merken dat hij z’n broertje daar iets over wil uitleggen. Wel met enige schaamte, maar hé, hij is 9, dat hoort erbij op die leeftijd. Het is fijn om te zien dat zijn broertje de informatie opslaat (een paar weken later komt het nog eens ter sprake en hij reproduceert meteen waar een condoom voor is). En het is fijn dat we kunnen lachen om de condoom-challenge zonder dat het ongemakkelijk is. Het bevestigt mij dat het echt het beste is om van jongs af aan zo normaal mogelijk te praten over alles wat met seksualiteit te maken heeft.

Andere mediaboodschappen

Ik bedenk me ook dat het belangrijk is dat ik de komende tijd regelmatig praat met mijn oudste over wat hij allemaal tegenkomt in de vlogs die hij kijkt. Want ook via die kanalen krijgt hij ‘informatie’ over ‘seks’ en dat is niet persé de informatie die ik hem wil geven. Praten, luisteren, vragen stellen, praten, praten, dat is volgens mij de sleutel in de seksuele opvoeding. Want welke kansen had ik gemist als ik nooit had uitgelegd dat papa en mama vrijen? En als ik nooit had verteld wat een condoom is? Of als ik hem zou verbieden om vlogs te kijken? Dan had hij misschien bij een vriendje deze vlog gezien, de vraag of wij condooms hebben nooit gesteld en z’n broertje niet gehoord waar condooms voor zijn…

*Het is overigens een gevaarlijke challenge, zoals veel challenges die op YouTube in vlogs te zien zijn. Belangrijk om met je kinderen te bespreken: is alles wat kan, ook verstandig om te doen?

Deze blog is eerder verschenen bij  Power to the Mama’s, een online platform voor christelijke moeders – 

Identiteit.

Wie ben jij? Stel dat ik aan je omgeving zou vragen wat jou typeert, wat kenmerkend is voor jou, wat zou dan het antwoord zijn? Wat is je identiteit? Wat voor persoon ben je en hoe sta jij in het leven? Dat bepaalt je identiteit. Niet zozeer je mooie woorden, of instemmend geknik maar hoe anderen jou hebben leren kennen in je gedrag, in je ‘zijn’. Belijdende identiteit. Juist in je belijdenis, je geloofshouding en levensbeschouwing valt iets af te lezen van wie je bent, althans daar ga ik van uit. In je belijdenis geef je uiting van je afhankelijkheid van God, je geloofsvertrouwen. Het zegt iets over jouw geloof. Een belijdende identiteit is dus niet ‘dat wat jou onderscheid van anderen’. Belijden is niet reactionair op een ander, maar een uitroep van verwondering over Gods grote daden met jou.

Waarden en normen.

Je zou kunnen zeggen dat je belijdenis de ‘waarden’ zijn waar je bij leeft. De ‘waarheid’ waaruit je leeft. En op basis van die ‘waarden’ ga je ook handelen, stel je voor jezelf ‘normen’. Dat zijn de uitingen die zichtbaar zijn voor je omgeving, daaraan ontdek je jouw identiteit.

Overdracht.

Jouw motivatie om je hierop te bezinnen ligt hopelijk in je verantwoordelijkheid voor de kinderen die aan je zorg zijn toevertrouwt. Als opvoeder, ambtsdrager, catecheet of jeugdleider heb jij een taak gekregen bij de ontwikkeling van jeugd, bij de geloofsoverdracht. Is geloof dan over te dragen als een ‘pakketje waarheden’? Nee, want we belijden Gods vrijmachtig handelen ie zich niet laat dwingen in menselijke activiteit. Maar we hebben wel de dure plicht om onze verantwoordelijkheid uiterst serieus te nemen. En dat doen we door het vertellen van de grote daden van God aan een nieuwe generatie en hen op te voeden in de vreze van de HERE.

Inwijden.

Als het geen ‘pakketje’ is wat we kunnen overdragen wat is het dan wel? Misschien kunnen we beter spreken van ‘inwijden’. Onze kinderen, net als in het Oude Testament, wijzen op de stenen in de Jordaan. Hen net als bij Pesach laten participeren bij het slachten en eten van het lammetje. Ze laten proeven van de bittere kruiden en ongezuurde broden. Ze meenemen op de reis door de Thora en ze inscherpen om te ademen vanuit deze wet die tot het Leven leid.

Vraag.
Hoe kunnen wij onze kinderen inwijden in de belijdenis zodat zij hieraan hun identiteit ontlenen? Hoe vormen we een ‘moreel zelf’, ofwel een ‘belijdende identiteit’?

  1. Discipline
    In onze maatschappij lijkt discipline een vies woord te worden, het ruikt teveel naar indoctrinatie, naar het onderdrukken van de verlangens en behoeften van een kind. Naar mijn idee komt dit voort uit een volslagen naïef mensbeeld. Allereerst omdat ik geloof dat de mens uit zichzelf niet gericht is op het goede, en dat geldt niet minder voor kinderen. Daarbij zijn kinderen geen ‘volwassenen in zakformaat’ maar mensen in ontwikkeling die het verdienen om geleid te worden, die een ‘herder’ nodig hebben. Dat niet alle ‘herders’ hun kudde goed weiden en te weinig het belang van de, aan hun zorg toevertrouwde, schapen op het oog of hart hebben hoeft ons ook niet te verbazen maarmoet wel leiden tot verontwaardiging. Van herders mag verwacht worden dat zij het goede zoeken voor hun schapen. Van opvoeders mag verwacht worden dat zij hun kinderen, de kinderen van de gemeente, laten groeien in verantwoordelijkheid door hen te corrigeren en tegelijk te bemoedigen. Door naast de noodzakelijke ‘controle’ ook ‘steun’ te geven. Door structuur en richting te bieden zodat kinderen leren hoe zij moeten handelen in de verschillende situaties waarin zij komen. Door discipline te laten ontdekken als een tegengif tegen wisselende stemmingen en een gebrek aan volharding. En dit mag ook geconcretiseerd worden in de geloofsoverdracht aan kinderen. Discipline in leren, in verzamelen van kennis, in ontdekken wie God is, lijkt mij
    pure noodzaak om in te groeien in een belijdende identiteit.
  2. Gewoontevorming
    Vanuit de oefening in discipline welke geïnitieerd wordt door de opvoeders kunnen kinderen dan functioneren vanuit een gewoontevorming. Deze gewoontevorming geeft regelmaat zodat je kunt participeren in een sociale samenleving. Je kunt functioneren in een sociale omgeving die veelal gekenmerkt wordt door afspraken en regels om samen te leven. Een tweede aspect van gewoontevorming is matiging. Je leert je behoeften en verlangens te doseren zodat kinderen zich hierdoor niet laten controleren en daarmee zichzelf of anderen tekort doen of zelfs in gevaar brengt. Daarbij geeft het ook rust in een hectische tijd. Je hoeft niet bij elke stap die je zet opnieuw na te denken over de mogelijke keuzes die je kunt maken. Soms hoor je als reactie dat hiermee te weinig rekening wordt gehouden met de wensen van het kind zelf, het kan niet meer zelf nadenken. In mijn beleving is het juist onbarmhartig om kinderen over te laten aan zichzelf zodat ze elke keer opnieuw moeten kiezen, zichzelf moeten bewijzen met onzekerheid en faalangst als mogelijke gevolgen. Deze ‘gewoontevorming’ is niet indoctrinerend omdat het uiteindelijk als doelstelling heeft om kinderen te laten groeien tot verantwoorde mensen voor Gods aangezicht. Niemand wil dat zijn kinderen door het leven gaan als papegaaien zonder eigen identiteit. En juist de gewoontevorming bij het lezen van Gods Woord en het telkens weer de stilte zoeken om God te ontmoeten is een zeer goede gewoonte.
  3. Zelfregulering
    Vanuit de discipline die gevolgd wordt door gewoontevorming leren kinderen gedragingen vanuit waarden en normen zich eigen te maken. De effecten van de gewoontevorming, zoals regelmaat, matiging en rust, bieden de mogelijkheid aan het kind om eigen keuzes te maken voor zichzelf en in de interactie met de omgeving. Het kind is gegroeid tot een ver- antwoord-elijk mens. Typerend voor deze verantwoordelijkheid is de intrinsieke instemming. Het is een ‘belijdende identiteit’ geworden.

De ontwikkeling.

De vraag die we onszelf nu stellen is hoe wij de ‘belijdende identiteit’ kunnen laten aansluiten bij de ontwikkeling die kinderen, tieners en jongeren doormaken. Per leeftijdscategorie willen we dit in grote lijnen bespreken.

  • Kinderen: Ontdekken en aanvaarden
    De kinderleeftijd wordt getypeerd door de ontdekking van de vaardigheden en beperkingen van zichzelf. Dit kan leiden tot een conflict tussen ‘competentie en minderwaardigheid’. Voorop staat echter de kennismaking met zichzelf, de mensen om hen heen en de wereld waarin zij leven. Hier is ook geen kritische reflectie op maar deze ‘gegevens’ worden geaccepteerd en aanvaard. Waarbij andere visies, belevingen alsabsurd worden ervaren. Veelal ongenuanceerd wordt de mening van de opvoeder of de cultuur overgenomen. De focus van kinderen is vooral gericht op de werkelijkheid.
  • Tieners: Beoordelen en kiezen
    De focus in de tienerleeftijd verschuift van de werkelijkheid naar zichzelf, enig narcisme kan hen niet ontzegd worden. De waargenomen werkelijkheid, de visies en meningen worden beoordeeld. Veelal kritisch wordt hier op gereageerd, niet zozeer om het standpunt van de ander maar als toetsing van het eigen ego. Het is de fase van identiteitsontwikkeling: wie wil ik zijn? En uit de vele mogelijkheden en externe signalen wordt een eigen positie gekozen, een eigen identiteit ontwikkeld. Bij tiener is de focus vooral op het eigen ik.
  • Jongeren: Reflecteren en nuanceren
    Hier zie je de focus weer verschuiven naar buiten, vanuit de voorlopig ontwikkelde identiteit wordt gereflecteerd op de werkelijkheid. De omgeving wordt bekeken en vergeleken met eigen positie. Hierbij worden de stellige eigen standpunten die nodig waren voor identiteitsontwikkeling genuanceerd en worden ook de andere standpunten gerelativeerd en veelal in hun context geplaatst en daarmee genuanceerd. De ontmoeting met de ander is hierbij dus noodzakelijk. Bij jongeren is de focus vooral op de ander.

Identiteit in ontwikkeling.

Vanuit het bovenstaande kunnen we nu proberen om de ‘belijdende identiteit’ te laten aansluiten bij de ontwikkeling van de jeugd. Hierbij zal het proces van discipline, gewoontevorming en zelfregulering een curve zijn door de verschillende leeftijdscategorieën heen. Discipline past duidelijk meer bij kinderen, tieners zullen gestimuleerd moeten worden in gewoontevorming en zelfregulering past meer bij jongeren. Hiermee is dan ook een schets gegeven van de verschillende vormen van geloofsoverdracht voor de diverse leeftijdsgroepen.